Ondernemend Limburg en Kamer van Koophandel pleiten naast verbetering van de A2 voor sterke Oost-West verbinding in Midden-Limburg. De huidige (nationale en regionale) infrastructuur in Midden-Limburg loopt tegen capaciteitsgrenzen aan. De bereikbaarheid van de regio staat hierdoor onder druk, met alle consequenties van dien. Voor de economische en maatschappelijke ontwikkeling van de regio zijn substantiële verbeteringen noodzakelijk. Aandacht voor aansluitingen met Belgie en Duitsland zijn belangrijk. De realisatie van een goede Oost-West-verbinding is een absolute noodzaak om de structuurversterkende ontwikkelingen in de regio kracht bij te zetten en mogelijk te maken.
Ondernemend Limburg en Kamer van Koophandel hebben in Midden-Limburg vorm gegeven aan een adviescollege bedrijfsleven (vertegenwoordiging van alle branche- en werkgeversverenigingen in Midden-Limburg waaronder LWV, MKB, LLTB, EVO, TLN, KHN, Hiswa, Recron en KvK), onder voorzitterschap van Jules Coenen.
“Economische ontwikkelingen en bereikbaarheid zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden” stelt Jules Coenen. “Als het bedrijfsleven in de volle breedte ontwikkelkansen wil hebben, zal verbetering van de infrastructuur in Midden-Limburg hoog op de agenda moeten staan van de overheid. Bereikbaarheid is en blijft één van de belangrijkste voorwaarden voor het bedrijfsleven om tot sterke ontwikkeling te komen. Vanuit ons adviescollege hebben we juist daarom de prioriteiten benoemd en die vastgelegd in de integrale infrastructuurvisie, met als titel: Midden-Limburg, één verbonden regio. Hoofdprioriteit is een verdere ontwikkeling van de band tussen de vitale steden Roermond en Weert in de vorm van een sterke Oost-West-verbinding met daarbij wel al aandacht voor het oplossen van huidige knelpunten op de N280 in Roermond en Weert. De huidige N280 krijgt een steeds belangrijkere functie in het regionale en (inter)nationale wegennet als verbindingsschakel tussen de A2 en het Duitse autosnelwegennet. In de ogen van ons adviescollege zou de N280 een autosnelweg moeten worden. In de visie staan een integrale en multimodale aanpak voorop. Weg-, spoor-, water- en luchtverbindingen zullen in relatie tot leef- en werkomgeving, ruimtelijke en maatschappelijke inpassing en aandacht voor ontwikkelmogelijkheden voor ondernemers opgepakt moeten worden. Op die manier kan de economische kracht van de regio volledig benut worden.